Deze weblogbijdrage verscheen al eerder op mijn weblog d.d. 27 februari 2005
Dit verhaal gaat over een echtpaar met twee stoute kinderen: twee koppige jongens van acht en tien jaar die wel heel erg ondeugend zijn. Voortdurend komen ze in de problemen en de ouders weten dat wanneer er ergens in de stad iets voorvalt hun jongens er wellicht iets mee te maken hebben. De moeder van de twee hoort van een moellah die goed schijnt te zijn in het kinderen bijbrengen van discipline. Ze gaat naar hem toe en vraagt of hij met haar jongens wilt spreken. De moellah stemt toe, maar onder de voorwaarde dat hij ze apart te spreken krijgt.
Dus stuurt de moeder op een ochtend haar zoon van acht naar de moellah. In de middag is het de beurt aan de tienjarige. De moellah, een grote brede overweldigende man met een overdonderende stem zet de jongen op zijn plaats en vraagt hem streng:
“Waar is Allah?”
De jongen is perplex. Zijn mond valt wijd open maar er komt geen geluid uit. Zijn ogen staren omhoog naar de moellah. Deze herhaalt de vraag op een nog strengere toon:
“Wáár is Allah?!!”
Weer geeft de jongen geen sjoege en dus vraagt de moellah hem opnieuw, nu met een opgeheven wijsvinger en een brullende stem:
“WÁÁR IS ALLÁÁÁH?!!!”
De jongen schréeuwt het uit, schíet van zijn plaats, rent dirèct naar huis en zoekt zijn toevlucht in een kast. Wanneer de jongere broer hem in de kast vindt, vraagt deze: “Wat is er gebeurd?” Zegt hij, buiten adem: “Deze keer zijn we echt de pineut, broertje. Allah is spoorloos en ze denken dat wij er iets mee te maken hebben!”
[gevonden in een moslim forum-thread op Beliefnet.com]